Stel zelf je hartige theemelanges samen

 

volubilis-moulay-idriss_26531664382_o-1-1576x1182

Interview van Mieke de Vries gepubliceerd op: Mijn Verhaal, Jouw Verhaal

Je hebt even geen trek in koffie. Wil je toch iets pittigs drinken, dan kun je voor een hartige thee kiezen. Ik schreef al over salie-, tijm-, lavendel- en rozemarijnthee en heb inmiddels ontdekt dat een aftreksel van laurierbladeren ook lekker kan zijn. Kruidendeskundige Mariëlle Gerritsen heeft ook enkele suggesties voor hartige theemelanges voor je.

Mariëlle had een drukke coördinerende baan en besloot na een burnout iets te doen met haar fascinatie voor planten en haar wens om met haar handen in de aarde te wroeten. Ze volgt nu een particuliere, op de wetenschap gebaseerde kruidenopleiding en een medische basisopleiding. Als ze deze heeft afgerond gaat ze workshops geven over wat je met de planten om je heen kunt doen, waarmee ze onze verbondenheid met de natuur wil bevorderen.

In haar ruime volkstuin verbouwt ze al jaren haar eigen (kruiden)planten. Ze krijgt ook veel materiaal van vrienden en bekenden, die precies weten waar ze behoefte aan heeft. Van een vriendin kreeg ze laatst salie uit Libanon, zelf heeft ze goudsbloemen uit Marokko meegenomen. Ook thuis, tijdens wandel- en fietstochten kijkt ze goed om zich heen. Dit levert steeds weer iets anders op: van Smeerwortel, vlierbesbloesem en lindebloesem tot Weegbree. Ze plukt nooit uit tuinen of uit de duinen, zorgt ervoor dat ze niets kapot maakt en dat de planten op de bewuste plek kunnen blijven bestaan.

Zelf je theemelanges samenstellen

Mariëlle: “Behalve mijn thee tegen hoest, is geen enkele van mijn theemelanges zoet. Ik pluk iedere week een wisselende samenstelling. Zo went je lichaam niet teveel aan een kruid en behouden de kruiden hun werking. De meeste kruiden stimuleren je immuunsysteem en zorgen ervoor dat afvalstoffen sneller het lichaam verlaten.

Tegen hoofdpijn en heftige menstruatiebloedingen, om tot rust te komen, tegen griep en verkoudheid of bij kou, maak ik speciale theeën die ik dan een paar dagen drink. Van de goudsbloemen uit Marokko heb ik een eczeemzelf gemaakt voor mijn dochter en ik heb ze verwerkt in een aantal theemelanges.”

Melange met Goudsbloem, Kamille en Sint Janskruid



Goudsbloemmelange

Goudsbloemen of Calendula heeft vele goede eigenschappen maar smaakt vrij bitter. Om er een zachte, rustgevende thee van te maken, voeg je op aanraden van Mariëlle daarom Kamille, Teunisbloem, Toorts en Heemst toe. Van Toorts en Heemst heb ik nog nooit gehoord. Dit heb ik opgezocht.

  • Toorts heeft een gele bloem en vind je op verlaten veldjes en langs het spoor. Het is goed tegen hoest en verkoudheid en heeft een aangename smaak.
  • Heemst heeft een roze bloem en vind je in rietmoerassen. De jonge blaadjes kun je ook in salades en soep gebruiken. Het werkt licht laxerend. Gestoofde heemstwortel schijnt een delicatesse te zijn.

Ken je ze ook niet dan zul je je er een beetje in moeten verdiepen, of je kijkt eens bij kruidenspecialist Jacob Hooy.

Melange met zwartebessenblad

De bladeren van de zwartebessenstruik kun je voor een energie- en krachtgevende thee gebruiken. Ze zijn te combineren met Citroenmelisse, Munt, guldenroedeblad, frambozenblad, Harig Wilgenroosje, rozenblaadjes, Duizendblad en Verveine.

Aromatische koude zomerthee

Doe een paar van bovengenoemde aromatische bladeren en bloemen in koud water. Zet dit overdag in de zon en ’s nachts in de koelkast. Zo heb je na 24 uur een heerlijke, aromatische thee. In tegenstelling tot wanneer je kokend water gebruikt, komen wrang smakende looistoffen op deze manier niet in de thee terecht.

 

Kijk ook eens op Miekes site voor meer blogs over thee en andere zaken

Amerikaanse Vogelkers

am-vogelkers-1

Deze Prunus, met ook de welluidende naam “Bospest” werd in de vorige eeuw nog aangeplant in onze duinen. De vruchten zijn geliefd bij vogels en de uitgepoepte zaden zeer kiemkrachtig. Als een grotere vogelkers het loodje legt, staan er vele nieuwe Vogelkerskiemen te popelen om het stokje over te nemen. Dat maakt de boom lastig te bestrijden.

De boom is herkenbaar aan het glanzende blad en de penetrante bittere amandelgeur die je ruikt als je de bast een beetje kneust. Jawèl, dat is het giftige blauwzuur.

Je kunt ook op een andere manier naar de plant kijken: in de oostelijke USA en Mexico wordt de boom zeer geprezen om zijn prachtige hout en misschien een verrassing?: zijn zure kersen die daar dus gegeten worden. De vogelkersen hebben een wat scherpere smaak dan onze reguliere kersen en worden traditioneel gebruikt om bijvoorbeeld rum en wijn mee op smaak te brengen. Het vruchtvlees bevat niets van het giftige blauwzuur en is ook gezond vanwege de vele antioxidanten. Voor de pit geldt dat niet, deze kun je niet eten, evenmin als die van de reguliere kers trouwens. Spuug ‘m dus uit als je er eens eentje probeert (maar liever niet in de duinen).

Hier volgt een recept: Zet de rijpe, zwarte kersen met pit, steeltje en al onder water en kook ze met het deksel op de pan zachtjes voor 30 minuten. Haal dan het deksel van de pan en laat ze nog 15 minuten verder inkoken. Haal door een appelmoeszeef en gebruik het resterende sap om bijvoorbeeld siroop van te maken (inkoken met de helft suiker), of een gelei (inkoken met met geleisuiker halfzoet). Ik had enkel een paar toevallig tijdens een wandeling geplukte vogelkersen maar heb samen met wat appels een compôte bereid en deze bij de chocoladetaart geserveerd, dat ging erin als koek!

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 99 september 2016

am-vogelkers-2

Vogelmuur

vogel-muur-vol-met-bloem-koppenVogelmuur (Stellaria media) is een nederig plantje dat je makkelijk over het hoofd ziet. Toch groeit hij overal in de buurt van mensen, daar waar de bodem veel betreden wordt. Je vind ‘m op de stoep, in boomspiegels, langs wegen en paden. Daar vandaan geplukt is ie natuurlijk niet zo smakelijk, maar uit bloembakken, als onkruid uit je eigen tuin en uit vochtige graslanden natuurlijk wel. Het is een lid van de anjerfamilie, een waardplant voor veel vlindersoorten en hij groeit en bloeit het hele jaar door. De bloemetjes hebben vijf witte kroonblaadjes die zo diep ingesneden zijn dat het wel 10 stralen lijken. Stengels en bladeren zijn licht behaard en zien er sappig uit. En dat zijn ze ook: in tegenstelling tot veel wilde kruiden met een draderige structuur is vogelmuur zacht en fris van smaak en zelfs rauw al lekker in de sla.

Ik vond een Indiaas recept geïnspireerd op het River Cottage Hedgerow Handbook, ook geschikt voor andere groene blaadjes als Kleefkruid, Postelein, Zevenblad, Spinazie etc.

Vogelmuur Pakora’s maak je van 100 gram kikkerwtenmeel (Turkse supermarkt), 1 eetlepel kerrie, ½ theelepel zout en bakpoeder, 120 ml water, 50 gram Vogelmuur (gewassen en gesneden), 2 teentjes knoflook en 1 ui. Kneed alles door elkaar, vorm er schijfjes van en bak ze vervolgens met wat olie goudbruin en knapperig in de koekenpan. Heel lekker met zoete chilisaus. Kikkererwtenmeel is al een goede vleesvervanger op zich en zorgt ervoor dat de massa goed aan elkaar kleeft, een ei is dus niet nodig.

Vogelmuur kent veel medicinale toepassingen. De plant bevat bestanddelen die het huidherstel bevorderen en wordt toegepast als zalf bij huidirritatie en jeuk (in het geval van eczeem, psoriasis, acne, muggenbulten, ontstekingen, koortslip). Ook van binnenuit werkt het op de huid door de lever te ondersteunen.

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 98 juni 2016

Japanse Duizendknoop

jap-duizendknoop-markt

Deze invasieve exoot die de reputatie heeft zelfs door funderingen van huizen en asfalt heen te breken wordt in onze contreien niet door onze inheemse fauna bezocht, op wat insecten na die in het najaar van de nectar snoepen.

De meeste bij ons voorkomende planten zijn vrouwelijk en zullen zich dus niet door zaadvorming kunnen vermeerderen. Ze verspreiden zich dus via hun wortelgestel. Nieuwe plekken worden gekoloniseerd, doordat minieme stukjes afgebroken wortel elders weer uitgroeien. Je zult de plant daarom vooral zien langs waterwegen (waar het water de wortel getransporteerd heeft), en langs wegen en spoortaluds (waar de mens met zijn maai- en graafmachines dit werk voor hem gedaan heeft).

In de winter trekt de plant zich onder de grond terug om in maart te verrijzen met sappige bamboe-achtige scheuten, lichtgroen gekleurd met rode stippen. Dan is het tijd om te oogsten! Varkens en geiten zijn er verzot op en als het zo moeilijk is hem te bestrijden, waarom zouden wij ‘m dan niet eten?

De Japanse Duizendknoop is namelijk familie van de rabarber, en als zodanig zijn de jonge scheuten ook te bereiden. Alleen smaken ze lekkerder en aromatischer dan rabarber. De mogelijkheden zijn legio: chutneys, jam, wijn, ijs… Ik meng de in stukjes gesneden jonge scheuten net als rabarber half om half met appels en zet ze met een weinig water op het vuur om er met toevoeging van een beetje suiker, (evt. gemberpoeder en kardemom) een compote van te maken. Met een kruimeldeeg van tarwebloem, havermout, boter en suiker, bak je er in de oven vervolgens een heerlijke kruimeltaart van.

De plant is supergezond en de grootste natuurlijke leverancier van de krachtige antioxidant resveratrol (de gezonde stof in rode wijn). Het resveratrol dat in de wortels de hoogste concentratie bereikt, wordt als geïsoleerde stof toegepast in de reguliere geneeskunde als anti-kanker medicijn. Bij de drogist kun je van dure merken een minieme hoeveelheid gedroogde en vervolgens gemalen wortel in capsules kopen. ..

In de VS maakt het wortelpoeder deel uit van het anti-Lyme protocol van Stephen Buhner (zie Healing Lyme). De Borrelia bacterie die zich bij Lyme diep in onze weefsels kan vastzetten zou zeer goed kunnen worden aangepakt met deze krachtige ontstekingsremmer.

Zeer invasief en lastig maar ook zeer gezond dus.

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 97 februari 2016

jap-duizendknoop-in-bloei

De Sleedoorn

blackthornDe truc is om half maart al uit te kijken naar de sleedoorn in lentetooi met haar wolk van witte stervormige bloemetjes aan kale, zwarte, doornige takken. In de duinen zul je ze niet snel zien, maar wel in onze polders: langs weilanden, bosranden en gemeenteaanplant. In de nazomer wanneer de donkerblauwe pruimpjes verschijnen, weet je waar je moet zijn. De vruchten zien er lekker uit maar als je ze verlangend in je mond stopt wil je wel even schrikken: ze smaken ongelooflijk wrang. Eigenlijk rijpen ze pas na de eerste nachtvorst vanaf oktober.

Sleedoornpruimen worden al heel lang door de mens gegeten, al uit de steentijd stammen kuilen bekleed met stro om de pruimen de gelegenheid te geven af te rijpen. Wij moderne mensen kunnen de pruimpjes twee nachten in de vriezer doen, het suikerpercentage stijgt dan aanzienlijk.

De pruimen zitten boordevol vitamine C en anti-oxidanten en zijn algemeen versterkend voor de weerstand. Bij ons zijn ze niet zo bekend maar bijvoorbeeld in Engeland is het volksgebruik om eropuit te trekken en ze te plukken voor elixers, jams en taarten. Maar nergens komt de smaak zo goed naar voren als in Sloe Gin . De kant-en-klare variant is te koop bij de drankenhandel, maar hoeveel meer voldoening geeft het niet om het zelf te maken.

Doe hiervoor 400 gram gewassen en bevroren sleedoornpruimen in een weckpot. Giet hier suikerstroop van bruine suiker bij (100 gram) en vul af met een fles (van 0,7 liter) gin. Laat minimaal drie maanden koel en donker staan (net op tijd klaar voor kerstmis), en roer iedere week even om. Ik drink zelf zelden alcohol maar hiervoor maak ik graag een uitzondering : de volle, ronde smaak van kersen en amandelen is op een winterse dag niet te versmaden.

Wanneer de drank klaar is, kun je deze zeven. Gooi de pruimpjes nu niet weg! Maar leg ze in cupcakevormpjes. Besprenkel met kaneel. Smelt donkere chocola au bain-marie, begiet, even in de vriezer zetten en … klaar is je feestchocolade. Wel op de pitten letten en die zeker niet opeten!

De pruimen en ook de blaadjes zijn een geliefd rupsenhapje. Reden te meer om met mate te plukken.

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 96 september 2015

 

Zwarte Den Recepten

FB_IMG_1433320925106Spar, den, lariks en ceder kun je hetzelfde gebruiken in alle recepten, al zal de smaak per specifiek soort soms weleens verschillen en ook de werkzame stof. Gebruik geen taxus, die is geheel giftig met uitzondering van het vruchtvlees (pit wel uitspugen). Van taxus wordt wel een anti-kanker medicijn bereid. Gebruik ook geejn conifeer, die is ook giftig is bij inname.

Spruce beer/sparrentoppenbier:

40 gr jonge sparrentwijgjes, 350 gr suiker, 100 gr schenkstroop/melasse, 4,5 liter water, bakkersgistgist (evt gember, sinaasappelschil, citroenschil of koriander). Verse jonge twijgjes 30 minuten koken in water, zeven en suiker en stroop erin oplossen. In fles doen en gist erin sprenkelen, 6 dagen laten fermenteren en dan in flessen doen.
Sparrentoppenbier is een gebruik van de oude vikingen die het bier dronken voor kracht in de strijd, voor vruchtbaarheid en om scheurbuik op lange zeereizen tegen te gaan (Captain Cook gebruikte het nog in de 18e eeuw op zijn reizen naar Australie en Nieuw-Zeeland). Sparren worden hier al langer voor gebruikt dan hop.

Dennenwijn (lijkt op retsina): 400 gram dennentoppen, 1 kilo rietsuiker, 1 citroen & 1 sinaasappel, 2 el koude zwarte thee, ½ theelepel gist, 4 liter water, witte wijngist: Toppen fijnsnijden en 20 minuten koken in 2 liter water, 2 dagen afgedekt laten staan en opnieuw zeven na verwarmen. Doorkoken en suiker erbij, sap van de vruchten en thee toevoegen, dan afkoelen tot 20 graden, zeven en in gistingsfles doen. Gist en wijngist toevoegen, water erop om 5 liter fles vol te krijgen, dan een jaar laten staan tot gebruik!
Dennennaaldenolie, 1 liter zonnebloem of maisolie, 1 eetlepel gekneusde peperkorrels, 350 gram verse dennenknoppen, schil van 1 limoen: alles bij elkaar in weckpot, 2 dagen op warme plek, dan zeven door neteldoek en bottelen (niet te lang want anders bitter)
Azijn van den: 2 handenvol knoppen van de den, 1 liter witte wijnazijn: 4 weken wegzetten op warme plek (24 graden), afzeven en bottelen
Dennenwierook: 2 el Dennenhars, 5 Jeneverbessen, Klein beetje Bijvoet: Vijzel de Dennenhars fijn en voeg de Jeneverbessen eraan toe. Doorvijzelen totdat ze goed vermengd zijn en als laatste een beetje gedroogde Bijvoet erbij.

Dennensiroop: Schone pot met laagje suiker, laagje dennentoppen etc, eindigen met de suiker. Goed aandrukken en op donkere plek wegzetten. Na enkele dagen nog wat suiker toevoegen. Na 4 maanden de dennentoppen eruit zeven en evt karamelliseren (lekkernij), de rest donker bewaren als siroop, waarin de geneeskrachtige hars zich dan bevindt. Toepassen als hoestsiroop en infecties aan de luchtwegen bij verkoudheid, griep of bronchitis.
De etherische olie, de hars, de naalden en de jonge toppen van de den hebben een ontsmettend effect op de luchtwegen. De den heeft ook een verwarmende, ontstekingsremmende en licht urinedrijvende werking, hierdoor is het kruid zeer geschikt bij de behandeling van reumatische klachten. Vooral de etherische olie van den heeft mild rustgevende eigenschappen, die gunstig kunnen uitwerken op een overbelast zenuwstelsel.
Verder is de ontsmettende werking van nut bij blaasinfecties en is er een lichte antischimmelwerking aanwezig. Verder is het natuurlijk een bron van vitamine C!

DE ZWARTE DEN Mythologie

FB_IMG_1433320885819Het verhaal gaat dat als je de zaden van dennenappels die nog open staan, ’s morgens vroeg voor zonsopgang op een nuchtere maag nuttigt, je dan de hele dag onkwetsbaar bent. We zoeken wat van die zaadjes op tussen de dennennaalden op de bosbodem en stoppen er wat van in onze minden. Ze smaken heerlijk, als pijnboompitten maar dan in het mini.

De pijnboompitten die wij in de winkel kopen zijn afkomstig van de parasolden die groeit rond de Middellandse zee. In het oude Griekenland waren de pijnboompitten verbonden aan het ritueel van Thesmophoria, een feest dat ieder jaar ter ere van Demeter en haar dochter Persephone werd gevierd. De vruchtbaarheidsgodin Demeter was ontroostbaar toen haar dochter Persephone naar de onderwereld was ontvoerd en door Hades tot vrouw was verkozen. Niets op aarde wilde meer bloeien en er was een eeuwige winter. Toen zwichtte Hades en er werd overeengekomen dat Persephone voor de helft van het jaar in de bovenwereld mocht verblijven bij haar moeder. Demeter liet alles weer groeien en bloeien om in de winter weer alles te laten sterven.

Aan het ritueel mochten alleen gehuwde vrouwen meedoen om hun baarmoeders en het land vruchtbaarder te maken. Het feest duurde vijf dagen eind oktober/begin november, de vrouwen namen een bad in zeer te reiniging, trokken zich terug in loofhutten waar ze op een bed van planten zaten, dan haalden de vrouwen uit onderaardse keldertjes de half vergane resten van de biggetjes, granen en pijnboompitten die bij het oogstfeest in juli begraven waren tevoorschijn, dan trok men naar de stad en bij de tempel van de godin demeter werden alles dan plechtig geofferd (+ het thesmophorion).
Ook bij de Germanen werden  spar en den als cultusbomen gezien. Tanfana (tan is den, fana tempel) is het germaanse dennenfeest, maar er is weinig over bekend. In Oldenzaal is er nog de tankenberg waar vermoedelijk dat soort feesten hebben plaatsgevonden. De dennen en sparren zijn allen gekoppeld aan de germaanse joelperiode, wat bij ons de kersttijd is, de dertien dagen na 21 december tot aan driekoningen. Bij de Germanen was het gebruikelijk om groene twijgen in huis te hangen en lichten te branden als afweermiddel tegen boze geesten. Wel werd vroeger in de kersttijd een joelblok uit het bos gehaald (vaak dennen of sparrentakken van een halve meter lang), alle lichten werden gedoofd en bij het licht van het joelblok vertelde men elkaar verhalen. Om middernacht werd het kerstblok dan gedoofd.
De kerstboom, die eigenlijk een spar is en geen denneboom, is pas veel later in onze geschiedenis gekomen.Het gebruik van versierde en verlichte kerstbomen ontstond in het westen van Duitsland in de Elzas. Men behing de kerstboom met appels, rozen van papier en suikerwerk. Vooral bij welgestelde lieden thuis, de arme kinderen uit de buurt mochten er dan aan komen schudden. De traditie verspreidde zich pas in de negentiende eeuw over heel het land. De Engelse koningin Victoria, die gehuwd was met de Duitse prins Albert introduceerde het gebruik van de kerstboom in Engeland. In Nederland waren het sinterklaasfeest en driekoningen lang de belangrijkste feesten uit de joeltijd, en pas halverwege de jaren veertig raakte de kerstboom en het kerstfeest meer ingeburgerd in Nederland.