Categorie archief: Biologie

Egels wegen na hun winterslaap

Bij de Egelopvang Haarlem worden zieke of verzwakte egels binnengebracht. Sommige worden vervolgens opgevangen in particuliere tuinen, bijvoorbeeld bij Mariëlle Gerritsen. Zij vangt een aantal zwakkere egels op in haar eigen tuin. In het voorjaar gaat ze deze egeltjes wegen. Een belangrijk moment, want wanneer de beestjes voldoende zijn aangesterkt kunnen ze door naar een andere grotere tuin of de vrije natuur in. Het wegen van de egeltjes is dan ook een spannende gebeurtenis. In meerdere opzichten, want eerst moet je ze zien te vinden. In alle gevallen: met de zwakke en zieke egeltjes krijg je een band.

Tegen de schemering, op een dag halverwege april, gaat Mariëlle de egels weer wegen. Vanaf oktober zaten een moeder en drie jonkies in onze tuin. Al die tijd hebben ze slapend doorgebracht. Maar de laatste dagen eten ze weer af en toe van het kattenvoer dat Mariëlle elke avond buiten zet, vlakbij de twee egelhuisjes achter in de afgesloten binnentuin.
In het eerste huis blijkt een mannetjesegel te zitten, die zich snel tot een balletje rolt. Na een tijdje kijkt hij toch wat schuchter om zich heen. Hij ziet er gezond uit. In oktober woog hij nog 660 gram en nu al 940 gram. Dus hij is in de weken na zijn winterslaap al flink aangesterkt en bijna klaar om uit te gaan.

Verstoppertje spelen

Het tweede huis blijkt leeg. Gisteren was er nog gestommel en gesnurk te horen (egels zijn tamelijk luidruchtig), maar kennelijk hebben ze vanochtend een ander slaapplekje gevonden. Het is altijd spannend of ze weer teruggevonden kunnen worden. In het holletje onder de klimop zitten ze veilig voor mensenhanden, ook voor de welwillende. Ook in het andere hoekje waar ze zich vaker verstoppen zijn ze niet te vinden. Later op de avond of morgen nog maar eens kijken of ze te voorschijn komen.

Uitvallende stekels

Mariëlle bouwt een band op met de egels die in de achtertuin overwinteren. Zoals die keer toen er eens eentje werd gebracht waarbij het spannend was of hij de winter zou overleven. Aan het einde van de winter was hij heel erg dun en bijna al zijn stekels vielen uit. Iedere week moest hij ingesmeerd met (zelf gemaakte) calendulazalf. Toen de stekeltjes terugkwamen was Mariëlle dan ook heel blij en trots dat hij zo dik geworden was. En ook toen hij gezond kon worden uitgezet op het volgende adres, een grotere en open tuin. Hij moest daar nog wel worden bijgevoerd, maar kon op zoek naar een nieuw territorium en een partner voor de voortplanting.

Bijten en briesen

De vraag is of de egels, omgekeerd, ook gevoelens opbouwen voor de mens. In ieder geval hebben ze verschillende karakters: zo was er eentje die boos brieste en in tenen beet. Die had schurft opgelopen en kreeg daarvoor allerlei badjes en gedoe. Na een tijdje wennen de egels meestal wel en worden ze rustiger.

De egel staat op de rode lijst van beschermde dieren, omdat ze de laatste jaren moeite hebben hun kostje bij elkaar te scharrelen in de vele betegelde en ommuurde tuinen. Je kunt ze dan ook helpen met een groene tuin, wat kattenbrokjes of via www.egelopvanghaarlem.nl.

Tekst en foto’s: Jan-Willem Doornenbal

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 101 april 2017: thema mens en dier

 

Advertenties

De Vanille Orchidee, de bij en de mens

 

De Totonaken in het oude Mexico waren de eersten die de Vanille orchidee (Vanilla planifolia) in cultuur brachten. Ze gebruikten het in de vorm van chocolatl: een ritueel drankje dat gemaakt was van cacaopoeder en maismeel in water, op smaak gebracht met gemalen vanillepeulen en honing. De Spaanse conquistador Hernán Cortez, nam in 1520 de vanille samen met cacao mee naar de oude wereld. Hoewel het op een gegeven moment wel lukte om de plant ook elders te kweken, kwamen er maar geen vanillepeulen aan.

Het duurde wel drie eeuwen voor hier verandering in kwam. Bij een kopje koffie op een terras in Papantla (Mexico) in 1836, zag de Franse botanist Morren kleine bijen vliegen rondom de vanille bloemen. Toen hij ze goed bekeek zag hij dat ze onder een flap in de bloem kropen waarbij ze wat van het stuifmeel van de helmdraden, meenamen naar de stamper. In de middag sloten de bloemen zich en een paar dagen later begonnen zich vanillepeulen te vormen.

Orchideeën en Orchideebijen zijn een klassiek voorbeeld van co-evolutie, de bloemen zijn afhankelijk van bijen voor de bestuiving en de bijen krijgen van de plant in ruil bepaalde geurstoffen die zij gebruiken bij de hofmakerij. De mannetjesbijen zuigen wat van de geurstoffen op in reservoirs in hun achterpoten, waarmee zij voor de vrouwtjes geurende zwermbanen tijdens de balts kunnen afzetten.

De relatie tussen bloemen en haar bestuivers is een hele oude, zeker zo’n 60 miljoen jaar. Wie was er nu eerder: de kip of het ei? Een studie in Science (2011) toont aan dat de relatie niet zo gelijkwaardig is als eerder gedacht. De geurstoffen uit de orchidee vormen maar 10% van het hele parfum dat de bij maakt, terwijl de plant veel minder keus uit bestuivers heeft. Het lijkt erop dat de bijen dus eerder waren in de evolutie, en terwijl de bij voorkeuren ontwikkelde voor bepaalde stoffen, volgde de orchidee door deze stoffen te ontwikkelen om de bestuivende bij te lokken.

Terug naar de mens. De vanillebloem leeft maar 1 dag is dan ook maar enkele uren geopend, zelfs in de natuurlijke omgeving is de kans op bevruchting maar 1%. Tegenwoordig worden alle bloemen in cultuur met mensenhand bevrucht. Na de oogst van de peulen volgt een zeer lange periode van fermenteren en langzaam drogen. Gedurende een periode van zes maanden ontwikkelt zich zo het karakteristieke vanille-aroma. Het vanillestokje is na saffraan de duurste specerij en dat komt dan ook door alle menselijke handelingen die nodig zijn.

Nu is de vraag naar vanille (dat ook voor mensen lustopwekkend schijnt te zijn) enorm groot. 95% van de vanille in onze producten is dan ook vanilline, een stof die kan worden gesynthetiseerd uit hout. Vergelijk dit met de echte vanille: dat bevat naast vanilline, wel 170 andere aromatische bestanddelen! Die bijen zijn ook niet gek.

Ook gepubliceerd in Toorts, Verenigingsblad IVN Zuid-Kennemerland, nr 101 april 2017: thema mens en dier

Zwarte Den Biologie

FB_IMG_1433320905424

Waar ik woon, in Haarlem, bij de Kennemerduinen  staan alleen zwarte dennen, en die zijn ooit aangeplant door Jacques P Thijsse in de jaren dertig. Ze zijn vooral op de kammen van de duinen aangeplant om het stuiven tegen te gaan. Maar de den is niet de natuurlijke begroeiing in dit gebied. De eiken en meidoorns doe dat wel zijn zie je daarom tussen de dennen al opschieten.
Pollenonderzoek heeft uitgewezen dat de den is in Nederland waarschijnlijk helemaal geen inheemse boom is, na de laatste ijstijd toen het ijs zich terugtrok was het een van de pioniers, want hij houdt van droogte en koude, maar later toen het warmer werd, werd het hier verdreven door loofbomen als eiken, beuken en berken. Misschien alleen op zeer arme gronden als zandverstuivingen stonden nog dennen, maar al rond het begin van onze jaartelling was het geen algemene boom meer hier. .

De dennenbomen die in Nederland staan zijn allen import uit midden-Europa, Dennen zijn een zeer nuttig bosbouwgewas. Ze verlangen geen rijke bodem, maar schrale terreinen en groeien heel snel. Het vurenhout is van sparren afkomstig en het grenen van dennen werd oa gebruikt voor de mijnbouw, de scheepsbouw (de lange masten), houtskool en er kon ook teer, terpentijn en hars uit gewonnen worden.
De oudste boom ter wereld is ook een naaldboom en wel een spar van 9550 jaar. Hij staat in centraal Zweden, in de provincie Dalarna. Hij groeit in een gebied met andere sparren van 8000 jaar oud en onder de grond vlakbij zijn resten van andere sparren gevonden die in dezelfde tijd geleefd hebben. Net na de ijstijd moet hij daar zijn opgekomen, waarschijnlijk als zaag meegenomen door mensen. Hij heeft zolang overleefd omdat er weinig bosbranden zijn, weinig mensen en het relatief koud en droog is. (c-14 methode, universiteit van UMEA) De daarna oudste bomen in de wereld zijn 5000 jarige dennen in Canada.

De Oostenrijkse zwarte den groeit recht omhoog, soms zie je ook Corsicaanse zwarte dennen, die draaien zo mooi om hun as en maken de kroon heel breed. Ik heb we weleens zo’n dode getordeerde den op zijn kop zien staan bij Duin- en Kruidberg, dat leek net een briesende vuurdraak.

Vlier Biologie

20150608_165047-1-1_resized

De Vlier (Sambucus Nigra)

Als je in de maand juni goed om je heen kijkt waar je de vlierbloesem ziet, en een mentaal plaatje in je hoofd maakt, dan weet je in de herfst ook goed waar de veel onopvallender bessen hangen. De vlier zaait zichzelf talrijk uit door de zaadjes die de op de bessen verkikkerde vogels overal uitpoepen. Zelfs bovenop muren, tussen tegels.. In mijn achtertuin bloeit er eentje tussen de kamperfoelie (zie foto hiernaast). Dat verschijnsel heet een epifyt. De boom zal de grond nooit raken en in het volksgeloof is hij daarom voorzien van magische kwaliteiten net als de maretak.
Het is een nog beter idee om een van de vele vlierzaailingen gewoon te laten groeien in je eigen tuin zodat je ten volle kunt genieten van alles wat deze boom ons geeft. De vlier groeit graag op grond die kunstmatig vruchtbaar gemaakt is, zoals in onze tuinen, of naast het konijnen- of kippenhok, bij de uitgespoelde mest. Zelfs bij woningen uit de steentijd zijn sporen van vlierbomen naast de bebouwing teruggevonden. Groeiden de vlieren daar vanwege de mest, of omdat de boom zo’n uitstekende huisapotheek is? In ieder geval is de vlier al duizenden jaren bij de mens, en dat maakt hem tot een van de meIMG-20150608-WA0004est gebruikte en best onderzochte bomen.
De takken kunnen wel 1 meter per jaar groeien, maar de boom zelf wordt niet zo heel oud, enkele tientallen jaren. Als hij eenmaal bloeit, groeit hij niet verder de hoogte in en vaak zie je dat de boom kale takken krijgt aan de bovenkant als hij oud wordt, en van binnen ontstaat er een holle ruimte, waar op zich weer allerlei symboliek aan verbonden is. Op sommige oude exemplaren groeit het judasoor in de herfst, een lekkere paddenstoel die in de Chinese keuken wel gegeten wordt, en er uitziet als een menselijk oor, maar dan zwart. In de duinen, bij al die verweerde vlieren zie je ze vaak.
Let even op dat je de juiste plant voor je hebt, als de plant er wat anders uitziet, kleiner is, glanzende bladeren heeft of sterk geveerde bladeren, of bloesem in tuiltjes heeft of rode bessen ipv zwarte bessen heeft heb je mogelijk met een bergvlier of kruidvlier te maken en die zijn giftig. Ik heb ze echter maar zelden gezien, en het valt gelijk op dat er iets anders is. Ruik maar aan de bloemen, dit is onmiskenbaar de gewone vlier. Er zitten bijna wel zo’n 80 bloempjes aan de platte schermen en de zwarte bessen gaan hangen als ze rijp zijn.

Hoe zit het dan met MEST?

uitmesten
Vroeger had je alleen potstallen, mest en stro werd dan een winter lang door de schapen- en koeienpoten gemengd op de bodem van de stal en kon gerijpt het land weer opgereden worden. De rijpingsbacteriën produceren antibiotica voor de plant, vitaminen en enzymen. Tijdens het rijpingsproces worden zelfs stoffen als dioxinen, hormonen en landbouwgiffen helemaal afgebroken.

Bij de gangbare veeteelt wordt alle mest afgevangen, de dieren poepen in een rooster en het wordt opgevangen en luchtdicht in tanks bewaard. Nu er geen lucht meer bij kan gaan er andere bacteriën aan het werk. Met dezelfde input aan mest gaan er nu in plaats van rijpings-,rottingsbacteriën aan de het werk. En zij maken geen gezonde vitamines maar giftige gassen als alcoholen, zoutzuur, methaan, ammoniak. Deze gassen verdampen in de atmosfeer, en met het inspuiten van de gier in de bodem verdrinken de dieren in de bovenste laag van de bodem.
Wat zonde vind ik dat: vervuiling in plaats van voeding. Maar het is wel hoopvol te weten dat het ook anders kan: door alle mest te laten rijpen, oftewel composteren, kan het onze aarde juist tot voedsel dienen.

Misschien gaat het wat ver dat ik dit nu zeg, maar ook onze menselijke mest (met een woordspeling ook wel menst genoemd), wordt aan een rottingsproces onderworpen doordat het met water wordt weggespoeld. Door de waterzuivering wordt het wel uit ons water gezeefd maar toch komen er stoffen als medicijnen in ons oppervlaktewater terecht. Ook menselijke mest kan heel schoon gecomposteerd worden waarbij alle medicijnresten en ziektekiemen worden geneutraliseerd.

In het door aardbevingen geteisterde land Haiti is geen geld om riHaiti-SOILolering aan te leggen. Daarvoor in de plaats zijn er nu composttoiletten aangelegd. Ze zijn volkomen reukloos, na iedere toiletgang wordt er een handje houtsnippers bijgevoegd. De compost die hier vandaan komt wordt gebruikt om de zeer verarmde landbouwgronden in Haiti weer tot leven te wekken. Nu zie je hoe er in geval van nood ruimte is voor heel vernieuwende initiatieven.

Tip: Kijk naar de documentaire Soil Haiti op YouTube!

Wat leeft er allemaal in onze BODEM

HetBodemvoedselweb250Een maand geleden heb de gratis tweedaagse cursus over het leven in de bodem van Marc Siepman bezocht( zie http://www.humisme.nl). Ik was zo verrast om te zien wat er allemaal in de bodem leeft en hoe mooi het allemaal op elkaar is afgestemd, dat ik dit graag met jullie wil delen.
Wat er zich allemaal onder onze voeten afspeelt is nog grotendeels onbekend. Het is wonderlijk om je te realiseren dat in 1 theelepel tuinaarde al zo’n 100 miljoen bacteriën zitten, een paar meter schimmels, duizenden protozoa (eencellige beestjes als pantoffeldiertjes) en een paar dozijn aaltjes.
De plant heeft deze bodembeestjes nodig en bedankt ze door via zijn wortels wat van zijn kostbare suikers en eiwitten uit te zweten. Ook als de plant afsterft of zijn blaadjes laat vallen in de herfst geeft hij voeding aan de bodem. Schimmels en bacteriën knippen al het dode plantenafval in zeer kleine stukjes en maken het in de vorm van mineralen en vitamines weer beschikbaar voor de planten. De kringloop is rond!
Schimmels_houden_de_bodem_bij_elkaar_European_Atlas_of_Soil_BiodiversityDe bodembeestjes zorgen niet alleen voor voedsel, ze vormen als het ware ook de bloedsomloop van de bodem. Met hun lange draden vergroten schimmels het worteloppervlak van planten met een factor 7000. Zo kunnen ze er ook voor zorgen dat te hoge concentraties aan voedingsstoffen worden afgevoerd naar plekken waar er te weinig van zijn. En bacteriën maken een soort superlijm (vergelijk het met het tandplak in je mond) waarmee ze bodemdeeltjes aan elkaar plakken. Hierdoor kunnen de voedingsstoffen niet bij de eerste de beste regenbui uit de bodem spoelen. Op het plaatje hiernaast zie je die superlijm in actie.

Bij aaltjes denken we al snel aan die plaagbeestjes die de wortels van onze planten opeten. Maar er bestaan wel meer dan 25.000 soorten aaltjes waarvan het schadelijke wortelaaltje er maar eentje is. Overigens helpen Afrikaantjes en Goudsbloemen goed tegen deze wortelaaltjes: de wortelaaltjes vinden de wortels van deze planten onweerstaanbaar lekker. Ze dringen de wortel in maar kunnen er niet meer uit.

Maar er zijn ook aaltjes die sDrechslerella_anchonia_European_Atals_of_soil_biodiversitylakken eten. En roofaaltjes en schimmels eten aaltjes. Op de foto zie je een aaltje (je ziet nu hoe die aan zijn naam komt) die door een schimmeldraad als het ware wordt gewurgd, de koolstof uit het aaltje voorziet de schimmel van zijn behoefte daaraan.

Als het leven in de bodem in balans is, kunnen plaagdieren dus nooit de overhand nemen.

SMEERWORTEL biologie

361px-86_Symphytum_officinale

Inleiding

De smeerwortel maakt deel uit van de familie van de ruwbladigen (Boraginacae). Hie hoort bijvoorbeeld ook het vergeet-mij-nietje bij, evenals de borage uit de moestuin (het komkommerkruid, waarvan de bloempjes lekker smaken over de sla). Hier in de duinen groeien het blauwe slangekruid en de hondstong op zandige plekken vaak vlakbij konijnenholen waar de grond is omgegraven. Longkruid dat in veel tuinen groeit op schaduwrijke plaatsen hoort ook bij deze familie. Al deze planten hebben net als de smeerwortel sterk behaard blad, dat soms een beetje ruw, borstelig tot stekelig kan aanvoelen. Als het harig is maar zacht aanvoelt is het geen borage-achtige. Ze hebben vaak klokjesachtige bloemen die bovenin aan een zich uitrollend takje hangen. De bloemen zijn vaak blauwig, wit of roze-achtig, en kleuren mee met de zuurgraad van de grond.

De smeerwortel
In Nederland groeit de smeerwortel op vochtige, voedselrijke plekken, in gras- en rietland. Vooral langs sloten en rivieren en onder heggen, zowel in zon als schaduw.

Symphytum_officinale_01In voorbereiding op deze kruidenbijeenkomst hebben Gabrielle en ik een fietstocht gemaakt op zoek naar de smeerwortel langs het Spaarne, het fort Vijfhuizen en naar Hoofddorp en daar in dat waterrijke land zagen we de plant heel veel. We hebben echt gekeken naar hoe we de plant kunnen onderscheiden, en allerlei gelijkende blaadjes ook verzameld. De plant valt op doordat het vaak iets uitsteekt boven de grassen en met soortgenoten een grote klomp vormt. Vaak zie je ook zuring zo groeien maar die heeft geen ruwe bladeren en is minder gepunt. Ook de Kaukasische vergeet-mij-niet lijkt erop, maar dat blad is was ruwer en minder gepunt. Het blad van de smeerwortel is lang en ruw. Onderop zijn ze lichter en dof, bovenop glanzend en donkerder. In de steel bevindt zich een gleuf.

In weiden worden de smeerwortels vaak gemaaid/gegeten en zie je alleen de bladeren staan. Op wildere plekken zie je de bloemstengels (oud) ook nog staan. Die bloemstengel ziet er heel interessant uit en is heel kenmerkend voor de plant. De stengel is bebladerd waarbij het blad de vierkante holle behaarde stengbebladerde bloemstengelel omvat. Naarmate de bladeren hoger op de stengel zitten worden ze kleiner en de bovenste twee bladeren zitten als een vleugelpaar aan elkaar en het hoofdje met de bloemen hangt.

In de plantensymboliek correspondeert dit beeld van de plant met de mens die geneigd is het hoofd te laten hangen, en die in zijn jeugd teveel omkneld is geweest en is gaan doen wat er van hem verwacht werd. Het zich slecht voelen, dingen tegen zijn zin indoen, is een gewoonte geworden. In zijn leven kan hij, indien hij voor zijn eigen droom kiest, vleugels krijgen. Ook veel spierspanning door dingen tegen zijn zin in te doen. De blessures die dan ontstaan noden tot verplichte rust.

Soorten Smeerwortel:
Er bestaan wel zo’n 34 soorten symphytum wereldwijd maar in Nederland komen de volgende soorten het meest in het wild voor:
Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) is de medicinale soort, die wordt toegepast om zijn wortel en blad. Het blad is eetbaar. Deze plant krijgt lange bladeren die in een zachte punt uitlopen, heeft een feller groen en dikker blad met een blauw groene adering. De bloem is bij ons in Nederland vaak wit of paars van kleur met een lange gepunte krans (uiterst links op het plaatje), de zaden zijn glanzend.

driesmeerwortelsDe Kaukasische of Russische smeerwortel (Symphytum x uplandicum) komt ook veel voor. Deze heeft lange bladeren in een scherpe punt en is donkerder groen. De aderen zijn meer creme-groen. De bloemen zijn roze/paarsachtig of wit en de zaden dof. De krans om de bloem is ook korter (zie rechts).
De verschillende ondersoorten kunnen elkaar wel bestuiven, net als bij munt dus kruisingen komen ook voor. In dat geval zal de bloem meer creme kleurig paars zijn.

In de tuin verspreidt de smeerwortel zich snel en vormt dikke matten die vrijwel het gehele jaar vers blad aanmaken, tot laat in de winter en vroeg in de lente. Ze bloeien van mei tot juli. Ieder klein stukje wortel dat in de grond achterblijft groeit weer uit tot een nieuwe plant. Als je ze eenmaal hebt in de tuin hebt kom je er dus moeilijk vanaf.